Oplossingsgerichte vragen (aanpak pesten)

Oplossingsgerichte vragen (aanpak pesten)

agressie en culturen

Onderstaande oplossingsgerichte vragen (aanpak pesten) zijn bedoeld als ondersteuning bij het voeren van gesprekken met personen (kinderen, leerlingen, studenten, collega’s) die pesten melden.

Inleidende vragen

  • Waar ben je goed in?
  • Wat doe je graag?
  • Die …….. is bezorgd over je, wist je dat?
  • Ik wil je graag helpen. Is dat oke?
  • Doelen
  • Wat zou je graag beter willen doen?
  • Wat wil je?
  • Hoe weet je straks dat het gesprek zin heeft gehad voor jou?
  • Wat zou je graag anders zien?

Als het doel “het ontbreken van iets is”

  • Wat zou je anders doen in plaats van…..?
  • Hoe zou dat je helpen?
  • Hoe zou je het liefst willen zijn?
  • Indien iemand is door verwezen:
  • Wat zou hij/zij moeten zien of weten of ons gesprek zin heeft gehad?
  • Hoe zou jij weten of hij/zij weet dat dingen nu beter gaan?

Op een schaal afzetten:

  • Als je een schaal van 1 tot 10 hebt over hoe je zou willen zijn en 1 is het aller slechtste cijfer, welk cijfer zou je je zelf dan geven?
  • Succesvol verleden
  • Hoe heb je het voor elkaar gekregen?
  • Hoe bereik je dat en waarom niet een stap lager?
  • Kun je me een voorbeeld geven?
  • Als dingen beter gaan?

Doelen en vaardigheden op sterke punten

  • Hoe ben je nu al zo ver gekomen?
  • Wat is er nu anders aan je?
  • Wat merkt de ouder/leerkracht/vriendin aan jou?
  • Wanneer voel je je gelukkiger/vol zelf vertrouwen?
  • Hoe zou je willen zijn?
  • Hoe bereikte je dat toen?
  • Als de schaal van 1 tot 10 lager is dan een 1 of 2
  • Hoe heb je je er tot nu toe mee gered?
  • Hoe red je het anders?
  • Hoe zorg je dat het niet erger wordt?
  • Wat geeft jou de kracht om door te gaan?
  • Waar komt die kracht vandaan?

Gewenste toekomst:

  • Hoe weet je dat je hoger op de schaal komt?
  • Wat is er anders geworden?
  • Wat ben je anders gaan doen?
  • Wat zal ik op een “video” zien waardoor ik weet dat jij een punt meer hebt?
  • Hoe zal je dat voor elkaar gaan krijgen?
  • Wat is het eerste wat ik moet zien?
  • Wat zal je ouder, docent, vriend/vriendin als eerste zien?
  • Hoe zal dit belangrijk zijn voor jou?

Wondervraag:

  • Dit is een hele rare vraag, maar mag ik hem toch vragen? Je gaat naar bed en ’s nachts doet zich een wonder voor: alles is precies zoals jij het zou willen hebben. Als je wakker wordt: wat merk je dan als eerste op?
  • Wat doe je anders?
  • Wie ziet het nog meer?
  • Wat zien anderen?
  • Wat gebeurt er dan?
  • Kleine signalen van dit wonder:
  • Is dit eerder gebeurd?
  • Een klein beetje misschien?
  • Wat is het eerste teken dat het een goede dag is voor jou?
  • En het volgende?
  • Wat is er dan anders voor jou?

Afsluiting doel:

  • Dus je wilt meer …… zijn?

Sterke punten en vaardigheden

  • Ik ben onder de indruk van …
  • Ik zag hoe je …
  • Je hebt al ….

Meer van wat werkt

  • Let tussen nu en het volgende gesprek op wat er gebeurt als je er een punt bij krijgt.
  • Wat doe je dan?
  • Wat zou je dan meer doen?
  • Kun je proberen die dingen vaker te doen?
  • Hoe snel kun je dit doen?
  • Zal het je helpen als je mij komt vertellen hoe het er mee gaat?
  • Hoe lang duurt het voor je weer komt?

Bron: Van pesten naar samenwerken van Sue Young

ISBN 9789077671801