Pesten op scholen

Pesten op scholen

Wat is pesten?

De volgende definitie is van Olweus 1989:
“Bij pesten gaat het om herhaaldelijke en negatieve handelingen van een of meer personen ten opzichte van een andere persoon die zich niet voldoende kan verweren.”

Een kenmerk van pesten is dat er is altijd een machtsongelijkheid bestaat tussen dader en slachtoffer. Daarnaast is er altijd sprake van een herhaling van gedrag gedurende een korte of lange periode.

Pesten kan verbale, online en fysieke vormen hebben.

Herkennen van pestgedrag

Pesten kan het leven van het slachtoffer helemaal overhoop gooien. Kinderen die gepest worden, schamen zich vaak en durven er niet goed met anderen over te praten. Zelfs niet met hun ouders. Soms is uit signalen op te maken dat er iets aan de hand is.

Mogelijke signalen zijn:

  • Het kind heeft angst om naar school te gaan;
  • Heeft weinig of geen vrienden;
  • Vervalt in vroeger gedrag zoals weer in bed plassen of weer gaan duimen;
  • Heeft last van concentratiestoornissen, waardoor de schoolprestaties achteruit gaan;
  • Heeft vaak geen eetlust;
  • Ze kunnen ineens veel ruzie gaan maken thuis;
  • Zomaar en regelmatig huilen om niets;
  • Het kind heeft last hebben van buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid;
  • Hij/zij komt thuis uit school met kapotte kleren en beschadigde boeken;
  • Het kind heeft verdacht vaak kneuzingen, verwondingen en blauwe plekken;
  • Hij/zij wordt niet uitgenodigd voor feestjes!
  • Het kind fietst alleen naar school;
  • Slaapt onrustig en droomt naar;
  • Vraagt of steelt geld van de familie;
  • Het kind neemt geen klasgenootjes (meer) mee naar huis.

Pesten op school is te herkennen aan een veelheid van signalen.

  • Altijd een bijnaam, de persoon nooit bij de eigen naam noemen;
  • Zogenaamde leuke opmerkingen maken over die persoon;
  • Een klasgenoot telkens weer ergens de schuld van geven;
  • Briefjes doorgeven;
  • Beledigen;
  • Opmerkingen maken over kleding;
  • Isoleren en negeren;
  • Na schooltijd opwachten, schoppen of slaan;
  • Op weg naar huis achterna rijden;
  • Naar het huis van de gepeste gaan;
  • Bezittingen afpakken;
  • Schelden of schreeuwen;
  • Pesten via sociale media.

Signalen voor de leerkracht:

  • De gepeste is vaak betrokken bij samenscholingen of opstootjes in de klas of op de speelplaats;
  • De leerling is vaker afwezig; gaat niet graag naar school;
  • De leerling zoekt de veiligheid van de leerkracht op;
  • Een leerling wordt vaak met een bijnaam aangesproken door klasgenoten;
  • Er is een verhoogde kans op psycho-somatische klachten (hoofdpijn, buikpijn);
  • De schoolresultaten van de leerling gaan plots achteruit;
  • De leerling wordt dikwijls als laatste gekozen bij het indelen van groepjes (sportles, groepswerk);
  • De leerling isoleert zich van de anderen, soms met één vriend(in);
  • De leerling is vaak alleen en buitengesloten tijdens pauzes en tijdens het overblijven;
  • De leerling blijft dicht bij de onderwijzer staan tijdens pauzes en tijdens het overblijven;
  • Opvallend vaak zijn er spullen kapot of verdwenen bij een leerling;
  • Een leerling is vaak betrokken bij vechtpartijtjes, scheldpartijen etc.
  • Een leerling is steeds het mikpunt van “grapjes”. Pen weggooien, etui overgooien, stoel wegzetten etc.
  • De leerling gedraagt zich gestrest, ongelukkig en depressief;
  • De leerling gedraagt zich schichtig, schrikt snel, durft iemand niet aan te kijken etc.
  • De schoolprestaties gaan langzaam achteruit;
  • De sfeer in de klas is niet goed;
  • De leerkracht voelt intuïtief aan dat er “iets” niet klopt in de klas en kan er maar niet de vinger achter krijgen wat het is.

De aanpak van pesten

Waar te beginnen, het lijkt een niet op te lossen probleem. Het is een probleem van alle tijden. Een niet zo’n leuke kant van grote en kleine mensen. Toch is er al veel onderzoek gedaan en getest met de volgende aanpak:

Tips:

  • Breng de spelers in beeld en laat het pesten als een probleem ervaren: de pester, het slachtoffer, de zwijgende middengroep, de ouders, de leerkrachten.
  • Dit motiveert iedereen om het pesten te laten stoppen. (5 sporen aanpak van der Meer 1993)
  • Spoor 1: Het aanleren van nieuwe sociale vaardigheden aan het slachtoffer
  • Spoor 2: de zwijgende middengroep inzicht geven in het pestgedrag en leren hoe zij dit zichtbaar kunnen maken, de pester heeft dan geen kans meer.
  • Spoor 3: Sanctie voor de pester en het aanleren van nieuwe sociale vaardigheden aan de pester.
  • Spoor 4: Het aanleren van vaardigheden door de leerkracht hoe hij pesten kan sigmaleren en aanpakken door duidelijk stelling te nemen, voorlichting, films, besprekingen over gedrag enz.
  • Spoor 5: Het mobiliseren van de ouders, ze leren in pesten te herkennen en zichtbaar te maken.
  • Maak een pestprotocol met regels, sancties en hoe positief om te gaan met elkaar. (97% van de scholen heeft er een)
  • Bij een vermoeden van pesten kan de leerkracht informatie geven over pesten of een onderwerp hier aan gerelateerd.
  • Pest preventie: Pestgedrag benoemen bij groepsvorming in het begin van het jaar.

Bron: van der Meer 1983
Bron: “Herken de waarschuwingssignalen” uitgave Stichting aandacht voor pesten
Bron: Veiligheidsmonitor “Sociale veiligheid in en rond scholen” uitgave Praktikon december 2016
Bron: Machiel Karels

Wil je meer weten over de training: pesten op scholen? Neem dan contact op met Jannie de Jong 0641782816