agressie-dementie

Fysieke weerbaarheid inzetten bij agressie door dementie?


Wij merken dat er in toenemende mate vraag is naar een training fysieke weerbaarheid in de zorg bij niet-beïnvloedbaar gedrag door dementie. Maar wat mogen medewerkers eigenlijk?

Als medewerkers geen fysiek geweld mogen voorkomen, laten zij zich slaan, knijpen en schoppen. Dit is niet bevorderlijk voor de fysieke en mentale weerbaarheid van medewerkers, maar in onze praktijk een dagelijks voorkomende gebeurtenis.

Als medewerkers geslagen worden mogen zij zichzelf beschermen  (noodweer)

Als er geen richtlijnen zijn, stellen weerbare medewerkers wel fysieke grenzen door eigenhandig in te grijpen. Bijvoorbeeld door het hemd over de armen te trekken bij het wassen van de client. Slimme geweldloze oplossingen, maar wel vrijheidsberoving. Of in het ergste geval gebruiken medewerkers geweld en slaan terug.

Wat zegt de wet?

De wet BOPZ zegt het volgende:

Bescherming bewoner en zorgverlener
Zo’n BOPZ-status biedt het verzorgingshuis niet alleen de mogelijkheid om in sommige situaties aan daarvoor geïndiceerde bewoners aanvullende maatregelen te treffen, maar beschermt ook de rechtspositie van de bewoners tegen wie die maatregelen getroffen worden. Tevens schept de BOPZ duidelijkheid aan de zorgverleners over wat wel en niet mag bij het toepassen van vrijheidsbeperkende middelen en maatregelen in noodsituaties.

Artikel 60-indicatie
De BOPZ-afdeling in het verzorgingshuis is bedoeld voor ouderen met ernstige psychogeriatrische problematiek die daarom door het CIZ geïndiceerd zijn voor verpleeghuiszorg én die in het bezit zijn van een artikel 60-indicatie.
Zo’n indicatie houdt in dat de noodzaak tot opname als gevolg van een geestesstoornis aanwezig is (o.a. lijdend aan een dementiesyndroom), dat het gevaarscriterium geldt, en dat de persoon in kwestie geen blijk geeft van bereidheid tot, noch van verzet tegen die opname.

Rechtspositie van de bewoner
Het doel van de wet BOPZ is de rechtsbescherming te waarborgen van bewoners die onvrijwillig op deze afdeling worden opgenomen. De wet bevat zowel bepalingen over de externe als interne rechtspositie van de bewoner.
De externe rechtspositie heeft betrekking op de procedure die moet leiden tot de onvrijwillige opname, zoals bijvoorbeeld de indicatiestelling door het CIZ.
De belangrijkste punten van de interne rechtspositie hebben te maken met de voorwaarden waaronder de noodzakelijke zorg wordt georganiseerd. Elementen daarvan zijn: het aanwijzen van een verantwoordelijk persoon voor de behandeling (de zogenaamde BOPZ-arts), de aanwezigheid van duidelijke huisregels ten behoeve van de bewoners van deze afdeling, een overeengekomen zorgplan en de toepassing ervan tegen de wil van de bewoner, een specifiek voor deze doelgroep bestemd klachtrecht en de omstandigheden waaronder inbreuk gemaakt mag worden op die rechten.

Het Middelen en Maatregelen Beleid
Het toepassen van middelen en maatregelen raakt de kern van de interne rechtspositie van de bewoner. Daarom is het van groot belang dat het verzorgingshuis een duidelijk Middelen en Maatregelen Beleid (M&M) voert.
Alleen indien de bewoner of diens vertegenwoordiger er mee heeft ingestemd mag behandeling plaatsvinden. Verzet de bewoner zich tegen de behandeling ondanks dat de vertegenwoordiger akkoord is, is er sprake van dwangbehandeling. De (BOPZ)-arts moet dit melden aan de Inspectie en aangeven wat de redenen van dit besluit zijn.
Er zijn verschillende vormen van dwangbehandeling. De wet maakt een onderscheid tussen dwangbehandeling voor korte tijd, maximaal zeven dagen, en dwangbehandeling voor langere tijd:

Als dwangbehandeling in een acute situatie wordt ingezet, wordt dit ‘toepassing van Middelen en Maatregelen’ genoemd. Er is een acuut gevaar ontstaan en het is noodzakelijk om meteen in te grijpen. In deze situatie mag het toepassen van Middelen en Maatregelen maximaal zeven dagen duren (M&M nood).
Soms worden vooraf met de bewoner afspraken gemaakt over de toepassing van middelen en maatregelen in een acute situatie. Deze afspraken worden vermeld in het zorgplan (M&M akkoord).
Als dwangbehandeling voor langere tijd noodzakelijk is, wordt dit opgenomen in het zorgplan. Er is geen sprake van een acute situatie, maar van een gevaar dat langere tijd aanwezig is. Dwangbehandeling wordt dan langer dan zeven dagen toegepast. Er is dan geen sprake meer van het ‘toepassen van Middelen en Maatregelen’, maar van dwangbehandeling zonder meer (M&M dwang).
De toegestane vormen van dwangbehandeling zijn:

Toedienen van medicatie
Meestal gaat het om injecties met medicijnen. Medicijnen die geslikt worden, kunnen niet onder dwang worden gegeven.

Toedienen van vocht of voeding
Met behulp van een sonde of infuus kan vocht of voeding worden toegediend.

Fixeren
Fixeren kan onder meer inhouden dat de bewoner met een band aan het bed of stoel wordt vastgemaakt. Fixeren kan nodig zijn bij ernstige agressie of een grote kans op zelfbeschadiging of om plotseling lopen en vallen te voorkomen.

De medische zorg
Aan de BOPZ-afdeling is een vaste arts, de zogenaamde BOPZ-arts, verbonden die eindverantwoordelijk is. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de BOPZ-arts zijn schriftelijk vastgelegd:

de arts stelt het zorgplan op in overleg met de bewoner en of zijn wettelijke vertegenwoordiger, en zorgt voor het verkrijgen van toestemming daarvoor van de bewoner en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger;
de arts draagt de eindverantwoordelijkheid bij de uitvoering van de dwangbehandeling en de melding daarvan aan de inspectie;
de arts is eindverantwoordelijk voor het toepassen van Middelen en Maatregelen;
de arts is verantwoordelijk voor het actueel houden van het bewonersdossier.
Vast team
Om de 24-uurs zorg te garanderen en deze op een kwalitatief verantwoord niveau te kunnen uitvoeren, is het raadzaam voor deze afdeling een vast team te formeren. Voor de medewerkers geldt dat zij:

deskundig zijn op het gebied van farmaceutische middelen en het omgaan met mensen in relatie tot dwangbehandeling;
in staat zijn om op een correcte en verantwoorde wijze vrijheidsbeperkende maatregelen en andere vormen van dwang toe te passen.
kunnen werken met protocollen die aangeven wanneer vrijheidsbeperkende maatregelen en andere vormen van dwang mogen worden toegepast.
De BOPZ-afdeling
Ook hiervoor gelden bepaalde eisen. Het moet mogelijk zijn deze afdeling af te sluiten of op andere wijze de bewoners te behoeden voor bijvoorbeeld weglopen. Het afsluiten van een afdeling is echter niet voor alle BOPZ-geïndiceerden noodzakelijk. Bewoners die zich zonder gevaar buiten de afdeling kunnen begeven, kunnen zonder beperkingen de afdeling verlaten.
Daarnaast moet de afdeling toegerust zijn voor het zorgvuldig en verantwoord toepassen van de Middelen en Maatregelen en het uitvoeren van dwangbehandeling. Materialen moeten voldoen aan deugdelijkheid en veiligheid.
Helaas, specifieke of extra financiële middelen voor de realisering van een dergelijke voorziening zijn er niet.

Aanvraagprocedure
Om een BOPZ-status te verkrijgen, dient het verzorgingshuis een goed uitgewerkt en onderbouwd verzoek in bij het ministerie van VWS. Die vraagt op haar beurt de Inspectie om een advies. Mede op grond hiervan en op basis van de kwaliteit van het verzoek beslist het ministerie. Vervolgens toetst de Inspectie binnen een jaar in hoeverre de invulling van de BOPZ-status in de praktijk aan de gestelde eisen voldoet.

(bron: https://www.btsg.nl/infobulletin/bopz.html)

De wet beroep op noodweer:

Noodweer is verdediging in een situatie, waarin men onverhoeds wordt aangevallen en waarin alleen zelfverdediging agressie kan afweren. De aangevallen burger die zijn aanvaller weet te weerstaan, wordt niet gestraft. De burger heeft het recht zich te verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. In de gevallen dat de burger van dit recht gebruik maakt, moet achteraf getoetst worden of hij dat heeft gedaan volgens de wettelijke en jurisprudentiële regels.

Van noodweerexces is sprake op het moment dat bij de afweer de grenzen van de noodzakelijke verdediging worden overschreden als gevolg van de hevige gemoedstoestand die door de aanranding wordt veroorzaakt. Van noodweerexces is bijvoorbeeld sprake als harder wordt teruggeslagen dan nodig is om de aanval af te weren, een wapen wordt gebruikt waar met minder had kunnen worden volstaan of de situatie waarin langer wordt doorgeslagen dan strikt noodzakelijk is. Er kan alleen van noodweerexces worden gesproken, indien er een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding heeft plaatsgehad. Voorts kan een beroep op noodweerexces alleen slagen indien er sprake was van een noodweersituatie.

Wat zou de training fysieke weerbaarheid leren aan de medewerkers?

“Net voor de client de medewerker slaat, dit voorkomen door een technische handeling zodat de ander niet kan slaan, zonder de ander beschadigd wordt of de medewerker zichzelf laat beschadigen.”

Advies voor instellingen die werken met ernstig dementerenden:

  • BOPZ aanvragen.
  • Ondersteund door een goed uitgewerkt protocol.

conclusie:

Middelen en maatregelen zijn alleen toegestaan in een noodsituatie, als het echt niet anders kan. Het gaat om situaties waarvoor niets geregeld is in het zorgplan. Iemand is bijvoorbeeld ineens heel agressief tegen medebewoners of tegen een verzorgende, wat nog niet eerder is gebeurd. De zorgverleners moeten dan ingrijpen maar in het zorgplan staan hierover geen afspraken. In dat geval is er sprake van middelen en maatregelen. Speelt dit dilemma ook in uw organisatie? Maak een afspraak om een maatwerktraining te ontwerpen voor uw medewerkers. Jannie de Jong 0641782816

 

1 commentaar

  1. Hallo
    Ik wil beginnen met de opvatting ” Noodweer”. Noodweer is geen wet maar is vervat in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht. Noodweer mag, mits……, tenzij……, wat als…… etc. Als je kan vluchten, ben je verplicht om dat te doen. Loop je naar de andere partij toe, gaat noodweer nagenoeg altijd niet door (je had ook kunnen vluchten). Iedereen kan er van vinden wat hij of zij er van wil vinden, maar jij moet de rechter zien te overtuigen van jou beroep op NOODWEER (exces). Alleen de rechter(s) bepaalt of jij terecht een beroep doet op noodweer.
    Ik heb zelf een casus aan de hand gehad van een hoog bejaarde man (79) die fysiek ernstig agressief was. Hij was heel dwingend en autoritair in zijn gedrag en als het niet ging zoals hij het wilde werd er door hem geslagen, geschopt, gebeten, kopstoten gegeven etc. Hij had op veel afdelingen zowat iedere verpleegkundige wel geweld aangedaan. Zijn vrouw gaf geen toestemming voor cederende medicatie (de bekende pammetjes).
    Ze hebben hem van afdeling naar afdeling gesleept, totdat ze de vrouw voor de keus hebben gesteld, of je geeft toestemming voor extra medicatie of je neemt hem maar mee naar huis. Ze is toen gezwicht en dhr krijgt nu extra rustgevende medicatie en is handelbaar voor het personeel. Heb er verschillende keren mee in de “holding” gelegen, om hem zo moe te maken, waardoor hij het zelf wel af moest geven. Niet prettig, maar we moesten helaas wel.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*