agressie en culturen

Agressie en culturen


Roepen verschillende culturen agressie op? Zo eenvoudig is het niet. Niet het verschil tussen culturen roept agressie op, maar het gebrek aan kennis over elkaars culturen is vaak de oorzaak van het onbegrip. Uiteindelijk kan dit aanleiding zijn tot agressief gedrag. Wil je meer weten over culturen en gedrag? Lees dan dit artikel.

  1. Wat is cultuur?
  2. Grofmazige en fijnmazige culturen
  3. Wat hebben culturen en agressie met elkaar te maken?
  4. Handen schudden volgends de Nederlandse cultuur
  5. Straatcultuur versus burgerlijke cultuur
  6. Voorkomen van agressie en aanspreken op gedrag
  7. Bronvermelding

1. Wat is cultuur?

Cultuur wordt overgedragen via onze sociale omgeving en niet via erfelijkheid. Cultuur staat in tussen de menselijke natuur (dat wat alle mensen gemeen hebben) en de persoonlijkheid (dat wat iedere mens tot een uniek wezen maakt).

2. Grofmazige en fijnmazige culturen

Prof dr. David Pinto is hoogleraar interculturele communicatie. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar cultuurverschillen. Een van zijn modellen is de “piramide van Pinto”. Volgens hem past de bekende “piramide van Maslow” bij het Westen. Deze piramide is een behoeftehiërarchie. De hoogste behoefte is zelfontplooiing. Tegenover de piramide van Maslow stelt Pinto een piramide die past bij Oosterse culturen. Eer staat bovenaan de piramide. Hieronder verstaan we het voorkomen van gezichtsverlies, schaamte en eeraantasting. Een belangrijk verschil tussen de piramide van Maslow en de piramide van Pinto is dat bij de laatst genoemde het eigenbelang ondergeschikt is aan het belang van de groep.

Voorts maakt Pinto een indeling tussen F-culturen en G-culturen. Hij verwoordt hiermee een tweedeling tussen de westers een en niet-westerse culturen.

Grofmazige cultuur of G-cultuur

In een grofmazige cultuur zijn er algemene gedragsregels. Ieder individu vertaalt de gedragsregels naar zijn eigen, specifieke situatie. Westerse landen kennen een grofmazige cultuur oftewel G-cultuur. De G-cultuur wordt ook wel de ik-cultuur genoemd. Individualisme neemt een belangrijke plaats in.

Fijnmazige cultuur of F-cultuur

Een F-cultuur is een fijnmazige cultuur. Er zijn gedetailleerde regels, die een voorschrijvend karakter hebben. Er is weinig ruimte voor het individu. De F-cultuur is de “wij”-cultuur, die collectivistisch van aard is. Waarden, normen en regels die met name in de familie gelden, spelen een belangrijke rol.

Fijnmazig / Traditioneel
Openlijke confrontaties worden vermeden
Eer is belangrijker dan de feiten
Conflicten worden ontlopen en slepen

Grofmazig / Modern
Feiten zijn belangrijker
Snelle afhandeling van conflicten
Agressie is onbeschaafd

Driestappen methode

In de interculturele communicatie kunnen er problemen ontstaat, omdat mensen bijvoorbeeld gedrag verkeerd interpreteren. Het volgen van de driestappen methode (Pinto) is een randvoorwaarde voor een succesvolle interculturele communicatie.

  1. Het kennen van de cultuurgebonden waarden en normen uit de andere cultuur
  2. Omgaan met de verschillen
  3. Kleine en grote machtsafstand

Om de verschillen te overbruggen is Geert Hofstede vanaf 1970 gestart met een grootschalig onderzoek binnen de organisatie IBM in 56 landen. Zijn onderzoek heeft ons inzicht gegeven in andere culturen en landen, vooral de effectiviteit van interacties tussen mensen. Na meer dan 1.000 interviews, verschillende invalshoeken is het model culturele dimensies ontstaan.In eerste instantie bestond dit model uit vier dimensies, wat later is uitgebreid naar vijf. In opvolgende onderzoeken zijn deze vijf factoren voor 76 landen in kaart gebracht. Per land wordt er een score opgevoerd op een schaal van 1 tot 100 voor elke dimensie. Hoe hoger de score hoe meer de betreffende dimensie naar voren komt in de cultuur. Hieronder worden de vijf cultuurdimensies uit een gezet:

1. Machtsafstand

Deze dimensie geeft aan de machtsafstand/ongelijkheid in de cultuur, dit kan zijn tussen ouder en kind, baas en werknemer of man en vrouw. De gehele maatschappij is vaak ingesteld op deze mate van machtsafstand. Een grote machtsafstand kan gevonden worden in o.a. Aziatische, Arabische en Latijns-Amerikaanse landen. Een kleine machtsafstand kan gevonden worden in o.a. Nederland, Duitsland en Scandinavië. Bij het laatstgenoemde geografische gebied is het zelf extreem laag

2. Individualistisch versus collectivistisch

De definitie Individualisme (IDV) verwijst naar de kracht van de onderlinge banden tussen individuen in een bepaalde gemeenschap. Een hoge score vertegenwoordigt een ‘losse’ binding (gebrek aan inter-persoonlijk) en weinig verdeling van de verantwoordelijkheid. Hierbij hebben individuen behoefte aan hoge waardering van de tijd en de behoefte aan vrijheid. Respect voor privacy en een beloning voor hard werken zijn ook twee ken- merken van een hoge score. Bij een lage score (meer collectivistisch) is er een sterke groepscohesie, loyaliteit en respect voor de leden binnen een bepaalde gemeenschap. De nadruk ligt op het continu ontwikkelen van vaardigheden die individuen maken tot een soort ‘goeroe’, meester of expert. Werken voor intrinsieke beloningen is ook een belangrijk kenmerk. Daarbij is harmonie belangrijker dan eerlijkheid.

3. Mannelijkheid versus vrouwelijkheid

Deze definitie (Masculinity – MAS) verwijst naar de mate waarin een samenleving zijn waarden naleeft in de vorm van traditionele mannen- en vrouwenrollen. Bij mannen ligt vaak het accent op prestaties en succes terwijl bij vrouwen de nadruk ligt vooral op bescheidenheid, tederheid en de kwaliteit van het bestaan. Bij een hoge score zijn mannen mannelijk(hard, sterk en assertief) en vrouwen vrouwelijk (onderdanig, dienstbaar en lief). Bij lage scoren is het onderscheid niet transparant. Vrouwen doen ook mannenberoepen, er wordt veel samengewerkt en mannen mogen ook gevoelig en lief zijn. Daarbij worden krachtige en succesvolle vrouwen bewonderd en gerespecteerd.

4. Lage onzekerheid versus hoge onzekerheid

De definitie ‘onzekerheid’ (Uncertainty / Avoidance Index – UAI) verwijst naar de mate van angst die leden in een samenleving voelen wanneer zij te maken krijgen met onbekende en onzekere situaties. Bij hoge scores worden onzekerheden vermeden via beheersing (regels en orde). Men zoekt naar de collectieve waarheid waaraan verwachtingen met een bepaalde mate van zekerheid worden gekoppeld. Bij lage scores wordt er genoten van bijvoorbeeld nieuwe evenementen en initiatieven. Men is informeel naar elkaar, verandering en risico nemen wordt geaccepteerd.

5. Korte termijn focus versus lange termijn focus

Deze dimensie richt zich op samenlevingswaarden die gebaseerd zijn op tradities en eeuwenoude waarden. Deze zijn zowel voor kort termijn als lange termijn van toepas- sing. Bij een hoge score zijn de volgende kenmerken waarneembaar: familie is de basis van de samenleving, hoge waardering voor onderwijs en opleiding en ouderen en mannen hebben meer gezag dan jongeren en vrouwen. Dit is vooral waarneembaar in Aziatische landen. Bij een lage score is het een hoge mate van creativiteit en individualisme. Men behandelt elkaar gelijkwaardig en helpt elkaar met het uitvoeren van de meest innovatieve plannen en ideeën.

3. Wat hebben culturen en agressie met elkaar te maken?

Op zichzelf veroorzaken culturen geen agressie. Er kan agressie ontstaan als:

  • waarden niet gekend worden
  • waarden niet gerespecteerd worden
  • waarden niet herkend worden
  • de ander zich niet gezien voelt

Dit is geen excuus om agressie toe te staan.

4. Handen schudden volgens de Nederlandse cultuur

  1. Loop glimlachend met gesterkte arm op de ander af
  2. Dichterbij “buig de elleboog”
  3. Geef uw rechterhand
  4. Houd u hand verticaal
  5. Bots stevig met uw duim (oksel)
  6. Knijp stevig in de hand van de ander
  7. Eenmaal verticaal schudden (2x erna)
  8. Kijk de ander tijdens het schudden aan
  9. Glimlach en geef een knikje
  10. Druk nog 1x in de hand als eind punt.

Deze manier van een hand geven wordt beschreven door Hans Kaldenbach.

Als Nederlander doe je dit op de automatische piloot. Men leert het al vroeg in de jeugd door opdrachten van ouders. Bijv.: “geef je tante eens een hand”. Als die niet verloopt volgens bovenstaand proces wordt je automatisch gecorrigeerd met een opmerking. Bijv.: “wat een slappe hand, geef nu eens een echte hand”.

Op het moment dat iemand een hand geeft die niet verloopt zoals het beschreven proces ervaart men dat onbewust als vreemd en schept dit minder vertrouwen. Het niet kennen van dit protocol “handen geven” kan het voor mensen uit andere cultuur moeilijker ma- ken om iets gedaan te krijgen, een baan te krijgen en relaties te leggen. Daarom promoten wij dat kinderen op scholen met verschillende culturen een les krijgen “Het geven van de Nederlandse hand”.

5. Straatcultuur versus burgerlijke cultuur

Hard gedrag wordt gewaardeerd. Zacht gedrag wordt geminacht. In onze samenleving botst bij de politie, in het onderwijs, in zwembaden, op straat en bijvoorbeeld in het openbaar vervoer de norm van de ‘burgerlijke’ cultuur met die van de ‘straatcultuur’. Hoe zijn ‘de’ jongeren in de straatcultuur?

Gezagsdragers zeggen:

    • Als je ze wil corrigeren, staan ze meteen op scherp.
    • Ze zullen nooit toegeven dat ze iets gedaan hebben
    • Ze praten op een hondsbrutale, denigrerende toon tegen je
    •  Je voelt hun minachting, zeker als je vrouw bent
    • Ze gebruiken gemakkelijk geweld
    • Ze pakken je precies op je zwakste punt
    • Ze zeggen meteen dat je discrimineert
    • Als je ze aanraakt reageren ze alsof je ze in elkaar slaat

De straatcultuur is etnisch gemixt hoewel veel burgers denken dat de straatcultuur allochtoon is. Allochtone jongeren komen wel procentueel vaker in de straatcultuur terecht. Bovendien is hun gedrag, vooral dat van Marokkaanse jongens expressiever en feller dan dat van autochtoon-Nederlandse jongens in de straatcultuur.De burgerlijke cultuur heeft met hen de meeste moeite. Een van de moeilijkste opgaven voor politiemensen, toezichthouders, docenten e.a. is het corrigeren van jongeren in de straatcultuur. Ze reageren anders dan de ‘burgerlijke’ cultuur (u en ik) verwacht.

Voorbeeld: excuses maken vanuit de burgerlijke cultuur.

De klant of leerling is te laat:

      1. U verwacht “sorry”
      2. U verwacht toegeven (benoemen)
      3. U verwacht berouw en spijt
      4. U verwacht afwisselend aankijken en wegkijken
      5. U verwacht redenen (waarom)
      6. U verwacht begrip voor uw boosheid
      7. U verwacht een verbetering
      8. U verwacht een belofte beterschap
      9. U verwacht lijdzaam ondergaan van de berisping

Vanuit de burgerlijke cultuur wordt bij bovenstaande code het te laat komen vergeven. Vanuit de straatcultuur wordt bovenstaand protocol als soft gezien, iets voor losers. Vanuit de straatcultuur de volgende reactie gebruikelijk, die geeft status:

      1. Geen sorry
      2. Ontkennen dat je te laat bent
      3. Schuld afschuiven of rollen omdraaien bijv. “U bent te vroeg begonnen”
      4. Soms dreigen
      5. Demonstratief uitdagend gaan zitten
      6. Geen woord van beterschap.

Voelt de ander dan geen spijt, meestal wel, maar het uitgangspunt is dat de ander zelf ook wel ziet dat jij te laat komt. Dus wordt de reactie en vraag naar spijt en berouw als zout in de wonde wrijven gezien. Als gezichtsverlies. Het verschil is mogelijk te overbruggen door tegen deze persoon te zeggen, “ik zie dat je te laat bent, als je gaat zitten kun je nog mee doen en komt alles goed” De ander wordt wel aangesproken maar hoeft niet door het “stof”. Ook is het goed om klanten/leerlingen uit te leggen hoe de Nederlandse manier van excuses maken werkt. Zodat zij dit protocol kunnen leren en toepassen.

De aankijk cultuur

2 seconden kijken, 3 seconden weg (gelijkwaardigheid) 1 seconde kijken, daarna niet kijken(respect)

6. Voorkomen van agressie

Iemand die de cultuur codes niet kent komt vaak uit de fijnmazige cultuur of straatcultuur. Meestal gaat het over de volgende onderwerpen:

      • Excuses maken
      • Een hand geven
      • Aankijken

Tip: leer de ander de codes:

      • Accepteer dat de ander niet weet wat jij weet.
      • Blijf neutraal.
      • Negeer de overlevingstaal / houding en blijf vriendelijk.
      • Benoem waar je last van hebt en ga door met je activiteit. Daarmee schep je voor de ander de gelegenheid om jou te volgen zonder gezichtsverlies.

7. Bronvermelding

    • Hofstede: Allemaal andersdenkenden
    • Pinto: Interculturele communicatie
    • Hans Kaldenbach: Respect
    • INSPIRATIEBRON: Trainer, acteur en cultuurspecialist Amar el Ajjouri

PS: wil je meer weten over de trainingen “omgaan met agressie en culturen?” Neem dan contact op met Jannie de Jong dejong@agressietraining.nl of 0641782816

0 reacties

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*